Je kunt je onderzoek zo inclusief mogelijk uitvoeren door in de onderzoeksopzet zoveel mogelijk aan te sluiten bij de behoeften en leefwereld van mensen en het doel van het onderzoek.

Tijdens deze fase:

  • Kies je een geschikte onderzoeksmethode om de vraagstelling van het onderzoek te beantwoorden.
  • Denk je na over de manier waarop de respondenten geworven gaan worden.
  • Wordt een gespreksleidraad opgesteld.

Het is onze ambitie om bij de keuze van de onderzoekmethode en het werven van de respondenten en het opstellen van de vraagpuntenlijst zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kenmerken en behoeften van zoveel mogelijk respondenten: hoe willen ze benaderd worden? Welke manier van onderzoeken is voor hen het prettigst? Is het misschien wenselijk om het onderzoek te doen in aanwezigheid van helpers van respondenten?

Hoe pak je het aan?

Onderzoeksmethode

  • Kies een onderzoeksmethode of een combinatie van methoden die zo goed mogelijk aansluit bij de mensen die je wil betrekken bij het onderzoek. Let erop dat niet alles kwantitatief onderzocht kan worden. In de praktijk zijn respondenten niet makkelijk te vinden in grote hoeveelheden. Ook zijn sommige mensen ondervertegenwoordigd in panels van onderzoekbureaus, bijvoorbeeld mensen die niet digitaal vaardig zijn. Kies dan liever voor een kwalitatieve methode, die indicatieve maar rijke inzichten kan opleveren. Eventueel als aanvulling op een kwantitatieve methode voor respondenten waarvoor dit wel een geschikte methode is.
  • Betrek mensen door je onderzoeksopzet uit te proberen om te kijken of het werkt zoals je had bedacht. Probeer je voorgenomen opzet bijvoorbeeld eens uit met potentiële deelnemers of een tussenpersoon die veel over de beoogde deelnemers weet. Zo kom je erachter of je iets mist in je opzet. Probeer ook gedurende het onderzoek flexibel te zijn: als je merkt dat iets niet werkt, probeer dan een andere manier.
  • Overweeg om naar de respondenten toe te gaan in plaats van hen uit te nodigen op een kantoorlocatie. Denk hierbij aan locatieonderzoek waarbij de onderzoekers een  gemeenschap bezoeken en persoonlijk contact leggen en gebruik concreet onderzoeksmateriaal, bijvoorbeeld een praatplaat. Ook één of een paar korte vragen stellen, kan werken. Dit kan makkelijker zijn dan een dialoog met meer mensen organiseren.
  • Je kan gebruik maken van zogenaamde ‘sleutelfiguren’. Dit zijn personen met gezag en/of een goede positie in lokale gemeenschappen, die samenwerken en contact hebben met de lokale overheid. Het kan zijn dat een respondent het prettig vindt als er een vertrouwd iemand aanwezig is. Zoals een begeleider of taalbuddy.
  • Niet iedereen heeft hetzelfde concentratievermogen. Zorg dus dat je kan variëren met de lengte van het onderzoek en de manier van uitvragen (bijvoorbeeld beeld gebruiken in plaats van tekst).
  • Beargumenteer je keuze door ook na te denken over welke respondenten je met de gekozen methode uitsluit.

Werving van respondenten

  • Zorg ervoor dat de manier waarop je mensen werft voor je onderzoek past bij de mensen die je wil betrekken in het onderzoek. Dus niet alleen digitaal, maar ook telefonisch.
  • Bepaal met welke manier van selecteren de kans het grootst is dat je de juiste mensen treft (panels, werven op straat, via sleutelpersonen, belangenverenigingen, oproepen plaatsen, de sneeuwbal methode) en kies diverse selectiemethoden om zo divers mogelijke respondenten te betrekken.
  • Denk na over hoe je bepaalde kenmerken, situaties of omstandigheden uitvraagt en wat hier de beste inclusieve manier voor is. Vertel ook waarom je naar bepaalde kenmerken vraagt. Hiermee kun je mensen mogelijk op hun gemak stellen en de kans op deelname aan het onderzoek vergroten.
  • Het kan zijn dat je niet alleen gewone persoonsgegevens in onderzoek wilt gaan gebruiken, maar dat er een behoefte blijkt te zijn naar het gebruik van bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens, politieke overtuiging, religie of etniciteit. Dan is het extra belangrijk om daar goed bij stil te staan. Bedenk namelijk dat het uitgangspunt altijd is dat er geen bijzondere persoonsgegevens worden vastgelegd. Stel de vraag: gaat het echt om deze mensen, of speelt het onderwerp breder? Heb je dit soort gegevens echt nodig, of kan het ook anders? Weeg ook af of er sprake is van politieke of maatschappelijke gevoeligheden die een drempel vormen voor werken met bijzondere persoonsgegevens.
  • Ga na welke kenmerken echt relevant zijn. Opleidingsniveau is bijvoorbeeld vaker van invloed dan geslacht.

Gespreksleidraad

  • Mensen moeten zich kunnen herkennen in de vraagstelling en antwoordmogelijkheden.
  • Sluit in je taal aan bij de mensen die je gaat spreken (gebruik bijvoorbeeld korte zinnen, vermijd felle kleuren).

  • Gebruik eventueel (beeld)materiaal om je vragen te verduidelijken.