Richtsnoer inhuur journalisten

Het richtsnoer beschrijft in welke situaties journalisten wel/niet voor werkzaamheden door de Rijksoverheid mogen worden ingehuurd.

Departementen hebben geregeld behoefte aan dagvoorzitters, gespreks- en bijeenkomstleiders en mediatrainers. Journalisten zijn hiervoor vanwege hun specifieke deskundigheid doorgaans uitstekend geschikt.

In een democratische samenleving vervullen journalisten ten opzichte van de overheid echter een belangrijke controlerende rol. Door journalisten in te huren kán het beeld ontstaan dat zij – of zelfs de journalistieke beroepsgroep als geheel – deze ‘waakhondfunctie’ niet onafhankelijk uitvoeren. Dat kan het aanzien van de journalistiek schaden, maar óók het vertrouwen in de Rijksoverheid. De indruk zou immers kunnen ontstaan dat de overheid journalisten wil paaien, voor haar karretje wil spannen of monddood wil maken.

Uitgangspunt

Het uitgangspunt is dan ook dat de Rijksoverheid altijd (zeer) terughoudend dient te zijn bij het verstrekken van opdrachten aan journalisten waarmee zij ieder moment in een andere verhouding kan komen te staan. Journalisten worden doorgaans gevraagd voor 3 type werkzaamheden:

  1. Voor deelname aan een commissie of werkgroep, waarbij de journalist deelneemt aan meerdere bijeenkomsten en rapporteert aan de overheidsinstelling die de commissie of werkgroep heeft ingesteld. Bijvoorbeeld de deelname van toenmalig hoofdredacteur van het NOS Journaal Hans Laroes aan de Commissie-Wolffensperger. De werkzaamheden worden – behoudens reiskosten of een eventuele presentievergoeding - niet financieel vergoed;
  2. Voor een bijdrage aan een incidentele bijeenkomst, forumdiscussie of een column. Deze werkzaamheden worden niet vergoed en de journalist is volledig vrij in de invulling van zijn bijdrage. Voorbeeld: bijdragen van prominente journalisten aan incidentele VoRa-bijeenkomst(en) over relatie overheidscommunicatie en journalistiek;
  3. Voor het trainen van bewindspersonen en/of ambtenaren, voor het produceren of redigeren van teksten, voor het houden van een inleiding of het presenteren van een bijeenkomst/leiden van een discussie.

Journalisten kunnen voor de eerste twee typen werkzaamheden zonder meer worden ingehuurd. Sterker, het is van groot belang dat de Rijksoverheid kennis blijft nemen van de opvattingen van en ontwikkelingen in de media. Daarom moeten overheid en journalistiek voortdurend met elkaar in gesprek blijven, waarbij de overheid ook gebruik maakt van de deskundigheid van de journalistiek bij de invulling van het communicatiebeleid. De richtlijn heeft dus uitsluitend betrekking op de werkzaamheden uit de laatste categorie (mediatraining, het schrijven of redigeren van teksten, het houden van een inleiding, het presenteren van een bijeenkomst of het leiden van een discussie). Het uitgangspunt dat de Rijksoverheid in algemene zin (zeer) terughoudend dient om te gaan met het inhuren van journalisten geldt onverkort. Onderstaande categorisering kan gebruikt worden om te bepalen of het inhuren van een journalist is toegestaan.

’Haagse’/parlementaire journalisten en presentatoren

Journalisten van kranten, tijdschriften, websites en presentatoren van RTV programma’s die (vooral) schrijven over politiek, overheidsbeleid en politieke meningsvorming mogen nooit worden ingehuurd voor het geven van mediatraining, het houden van een inleiding, het schrijven of redigeren van teksten, het presenteren van bijeenkomsten of het leiden van discussies.

Oud-journalisten of niet-actieve journalisten/presentatoren

Tegen de inhuur van oud-journalisten, waaronder ook Haagse oud-journalisten, bestaat in beginsel geen bezwaar. Parlementaire oud-journalisten en oud-presentatoren van actualiteitenprogramma’s kunnen dus als dagvoorzitter worden ingehuurd. Enige terughoudendheid is wellicht wél gepast als oud-journalisten op hun eigen sociale mediakanalen veel over politiek berichten en/of geregeld als tafelheer of tafeldame aanschuiven bij actualiteitenprogramma’s. Departementen zullen dit per geval moeten afwegen.

Gespecialiseerde journalisten

De laatste categorie bestaat uit gespecialiseerde journalisten, bijvoorbeeld sportjournalisten, wetenschapsjournalisten en techjournalisten. Voor deze groep geldt dat inhuur voor het ene departement gevoeliger ligt dan voor het andere. Tegen de inhuur van een sportjournalist door het ministerie van SZW zijn bijvoorbeeld moeilijk bezwaren aan te voeren, maar inhuur door het ministerie van VWS ligt gevoeliger. Een techjournalist kan misschien zonder bezwaar worden ingehuurd voor een congres van het ministerie van Financiën, maar inhuur door het ministerie van Economische Zaken (cookiewetgeving) of het ministerie van BZK (AIVD, Wiv) is misschien toch minder wenselijk. Kortom, voor de categorie ‘gespecialiseerde journalisten’ geldt dat departementen altijd zelf de afweging moeten maken of de betreffende journalist voldoende afstand heeft tot het eigen beleidsterrein. Hier geldt: bij twijfel niet doen!

‘Reguliere’ programmamakers/presentatoren

Veel programmamakers en presentatoren houden zich doorgaans niet of hoogstens zeer zijdelings bezig met politiek, actualiteiten en maatschappelijke kwesties. De focus van programmamakers en presentatoren uit deze categorie ligt vooral op het gebied van infotainment. Er is geen reden waarom het inhuren van dit type presentator/programmamaker als onwenselijk moet worden beschouwd. Programmakers en presentatoren uit deze categorie kunnen dus zonder problemen worden ingehuurd.