Steeds vaker wordt informatie overgebracht door beeld in plaats van tekst. Waarom en hoe zet de Rijksoverheid beeld in? Welke stappen volg je als je hebt besloten beeld in te zetten?

Beeld wordt belangrijker

Beeld wordt steeds belangrijker. Met beelden zoals video en infographics bereik je soms bepaalde doelgroepen beter, zoals jongeren en mensen met een taalachterstand. Beeld heeft ook een inspirerende functie: je communicatie wordt er aantrekkelijker en opvallender door. Bovendien kan het actualiteit benadrukken. Op social media is beeld belangrijker dan tekst.

Als je beeld op een strategische manier wilt inzetten, is het belangrijk om vooraf goed na te denken over de communicatievragen. Onderstaande tips komen onder meer uit de handleiding ‘Hoe zet je beeld in’ van het Beeldcentrum. Daar staan ook verwijzingen in naar raamovereenkomsten.

Denk op tijd na over beeld

Beeld kan informatie toegankelijker maken en kan de duidelijkheid en het begrip van een boodschap vergroten. Vooral als beeld vanaf het begin wordt meegenomen in het communicatieproces. Tijdig nadenken over beeld zorgt er ook voor dat er voldoende tijd is om tot een goed beeldproduct te komen. Zo voorkom je een zoektocht achteraf naar een ‘plaatje bij het praatje’.

Bedenk wat je wilt bereiken

Als de doelgroep gericht op zoek is naar informatie, bijvoorbeeld een antwoord op een specifieke vraag, dan is het vooral relevant om beeld op een functionele manier in te zetten. Wil je als afzender een boodschap overbrengen dan is het belangrijk om beeld op een emotionele manier in te zetten. Bedenk wat er na het zien van het beeld moet blijven hangen bij de ontvanger, durf concreet te zijn.

Breng je doelgroep in kaart

Wie is je doelgroep, wat is hun interesse- en kennisniveau? Onderzoek waar zij zich bevinden. Waar halen zij hun informatie vandaan en wanneer? Is dit online, offline of allebei? Bedenk ook of je de doelgroep hier spontaan informatie haalt of dat je ze moet lokken. Zorg voor een cross-mediale aanpak door de inzet van meerdere communicatiemiddelen.

Kies en brief je leverancier

Ga je een leverancier inzetten, denk dan aan de raamovereenkomsten die het Beeldcentrum van de Rijksoverheid beheert. Er zijn raamovereenkomsten voor fotografie, visuals voor social media en video en infographics.

Zorg dat je briefing in ieder geval antwoord geeft op de volgende vragen:

  • Wat is de communicatieboodschap en het doel?
  • Wie is de doelgroep?
  • Welk effect moet het beeld(product) op de doelgroep hebben?
  • Waarom is deze boodschap relevant voor deze doelgroep?
  • Waar bevindt de doelgroep zich?
  • Wanneer communiceren we de boodschap?

Let bij je briefing ook op de eisen die de rijkshuisstijl stelt.

Zorg voor een duidelijke rolverdeling

Zodra je aan de slag gaat met de productie van een beeldproduct, is het belangrijk om bij de start in een persoonlijk gesprek de opdracht met de maker door te spreken (intake). Bespreek je rol als opdrachtgever, maak heldere afspraken en stel realistische deadlines. Bedenk wie het uiteindelijke akkoord moet geven en maak dat proces inzichtelijk voor de maker.

Stel samenwerking voorop

Laat het creatieve proces over aan de maker. Benoem wat je niet wilt en geef zoveel mogelijk ruimte aan de makers om origineel en innovatief te zijn.

Toegankelijkheid en mediatheek

Zorg dat producten toegankelijk zijn voor mensen met een (audio)visuele beperking, bijvoorbeeld door bijschriften en ondertiteling. Veel beeldproducten worden opgeleverd, gedistribueerd en gearchiveerd via de Mediatheek Rijksoverheid. Weet wie de mediabeheerder van jouw organisatie is, zorg dat je toegang hebt en maak heldere aanleverafspraken met de maker. Goede metadatering (zoektermen) vergroot het bereik.