Onzekerheid en nieuwe manieren van coping

De bestaansonzekerheid neemt op verschillende manieren toe: mensen hebben minder vaak een (vaste) baan, robotisering en digitalisering nemen steeds meer banen over, en bovendien moeten mensen werk en zorgtaken vaker combineren.

Minder vaste banen

  • Mensen hebben minder vaak een vaste baan – Er is minder financiële zekerheid en baanzekerheid sinds de economische crisis en door de toename van flexbanen de afgelopen jaren. De impact ervan is langdurig. De middengroepen (wat betreft inkomen, opleidingsniveau en beroep) weten hun positie te handhaven, maar moeten daarvoor wel harder werken en meer onzekerheid accepteren. Het vergt van mensen dat ze bijblijven en flexibel zijn. Jongeren nemen de onzekerheid meer zoals die is en zoeken hun eigen weg.
  • Robotisering en digitalisering nemen steeds meer banen over  – De technologie brengt extra onzekerheid met zich mee. De komende decennia gaan er veel banen door verdwijnen. De verwachting is dat dit niet alleen lager geschoolden treft. Ook de middengroepen en hoogopgeleiden worden bedreigd: minder door robotisering, meer door kunstmatige intelligentie. Het aantal banen in de ICT neemt wel toe. Technologische innovaties kunnen een bron van welvaart zijn, maar tegelijkertijd zijn er zorgen over inkomensongelijkheid.
  • Mensen moeten werk en zorgtaken vaker combineren – De druk op 45-plussers neemt toe: ze moeten niet alleen langer doorwerken, ze hebben ook meer zorgtaken door de decentralisaties in de zorg en de inzet van de overheid op langer zelfstandig wonen. Dit lijkt een soort tweede spitsuur in het leven te worden, naast dat van ouders met jonge kinderen. Sommige mantelzorgers nemen betaald zorgverlof en vakantiedagen op. Een groeiend aantal (zorgbehoevende) mensen kiest ervoor om in een samenwerkingsverband de zorg zélf te organiseren.

De overheid kan de onzekerheid verminderen door mensen te helpen, bijvoorbeeld bij het zoeken naar een baan of woning, bij schuldsanering, bij langer zelfstandig wonen of met gezond leven. Steeds meer beleidsmakers onderzoeken hoe ze het burgers gemakkelijker kunnen maken om verantwoorde keuzes te maken. Dat kan door bijvoorbeeld het gewenste gedrag te faciliteren.

Als antwoord op deze onzekerheid van baan en inkomsten streven anderen naar financiële onafhankelijkheid. Mensen gaan bijvoorbeeld een aantal jaren heel hard werken en heel zuinig leven, zodat ze daarna minder afhankelijk zijn, meer keuzevrijheid hebben en gaan doen wat ze écht leuk vinden. "Het begint met de vraag: wat heb je nu echt nodig?".

Jongeren hebben hun eigen ‘copingstrategie’. Ze lijken ervoor te kiezen alles meer te nemen zoals het is. Ze nemen de onzekerheid daarbij voor lief. Het CBS concludeert dat sommige jongeren in plaats van werkzekerheid, een hogere compensatie verkiezen in een flexbaan of meer keuzevrijheid in het werk. Jongeren onttrekken zich steeds meer aan het lineaire pad dat hun ouders hebben gevolgd: van school en studie naar baan. Ze nemen bijvoorbeeld een tussenjaar voor ze gaan studeren om te werken of te reizen. Zo verwerven ze competenties buiten de opleiding, zoals klantgerichtheid of autonomie. Bovendien creëren ze een eigen economie op kleine schaal: met een beperkt budget helpen ze elkaar door goederen en geld en kennis te delen of te ruilen, buiten het financiële systeem om. (Zie trend 4. Deeleconomie: van bezit naar gebruik)

Robotisering en digitalisering

Ook de technologie brengt extra onzekerheid met zich mee. Arbeids- en organisatiepsycholoog Dik Bijl verwacht dat de komende decennia 50 tot 70% van alle banen verdwijnt door robotisering en digitalisering. Deloitte schat in: zo’n twee tot drie miljoen banen. Er ontstaat volgens Bijl daardoor een digitale elite van degenen die toegang hebben tot de opbrengsten van de technologische vooruitgang. Hoe lager het opleidingsniveau, hoe groter de kans dat een student wordt opgeleid voor banen die in de toekomst dreigen te verdwijnen: voor mbo’ers is dit 42%, voor hbo’ers 19% en voor wo’ers 10%. De verwachting is dus dat niet alleen lager geschoold werk verdwijnt. Ook de middengroepen en hoogopgeleiden worden bedreigd: minder door robotisering, meer door kunstmatige intelligentie. Het aantal banen in de ICT neemt wel toe, zoals in de softwareontwikkeling, cybersecurity en data science. Verder komen er weinig nieuwe beroepen bij. Aan de andere kant treedt er wel reshoring op: steeds meer bedrijven halen hun productie uit bijvoorbeeld China terug, juist omdat robots goedkoper produceren mogelijk maken. Er komen dus dankzij de robotisering in Nederland ook weer banen bij.

Over de ongelijke verdeling van de welvaart gaat ook de reactie die de Tweede Kamer in februari 2017 kreeg van de ministers van SZW, EZ en OCW naar aanleiding van drie adviezen van de WRR, de SER en het Rathenau Instituut. In deze adviezen worden technologische innovaties een bron van welvaart genoemd, met kansen voor ondernemers, economische groei, werkgelegenheid, en leuker en fysiek minder zwaar werk. Tegelijkertijd zijn er zorgen over inkomensongelijkheid. De baten van robotisering en digitalisering zouden niet gelijk verdeeld worden. Bovendien stelt de technologie steeds hogere eisen aan werkenden, waar lager opgeleiden en vooral laaggeletterden minder aan kunnen voldoen. De ongelijkheid zou ervoor kunnen pleiten een basisinkomen in te stellen, al dan niet gefinancierd door een ‘robottaks’. Deze belasting op robots die banen overnemen, is geopperd door Microsoft-oprichter Bill Gates.

Voorbeeld: ‘Als dat zo doorgaat…’ in het middenland

De gevoelens van onzekerheid worden verwoord in een artikel van De Correspondent. De lagere middenklasse, woonachtig in het ‘middenland’, voelt zich minder vertegenwoordigd door de politiek. Ze zien dat ze erop achteruit zijn gegaan. En ze verwachten dat ze het nog slechter gaan krijgen: banen, zorg en onderwijs zijn minder vanzelfsprekend. Noem het een ‘als dat zo doorgaat’-gevoel. "Als het zo doorgaat is het straks te duur om kinderen te laten studeren. Als het zo doorgaat, ben ik straks de enige witte in mijn wijk. Als dat zo doorgaat, lig ik straks ook te creperen in een tehuis met een plascontract". EenVandaag zet het middenland op de kaart: mensen die niet in de grote steden of in kleine dorpen wonen. Een grote, stille middengroep; de helft van de Nederlandse bevolking en van de stemgerechtigden.

Combinatie van werk en zorg

De druk op oudere generaties neemt toe. Ze moeten niet alleen langer doorwerken, maar hebben ook meer zorgtaken door de decentralisaties in de zorg en de inzet van de overheid op langer zelfstandig wonen. Met het stijgen van de leeftijd moeten mensen steeds vaker betaald werk combineren met zorgtaken. Ruim 2,3 miljoen Nederlanders kregen in 2015 te maken met een langdurende zorgsituatie: 60% daarvan verleende zorg. Het gaat om zorg aan bijvoorbeeld een zieke partner of ouder. Dit lijkt een soort tweede spitsuur in het leven te worden, naast dat van ouders met jonge kinderen.

Hoe gaan mensen hiermee om? Op welke manier zijn werkenden te ontlasten? Hoe voorkom je dat de zorg voor jezelf een te zware wissel trekt op je kinderen? Sommige mantelzorgers nemen verlof op: meestal het betaalde, kortdurende zorgverlof en vakantiedagen. Een groeiend aantal (zorgbehoevende) mensen kiest ervoor om in een samenwerkingsverband de zorg zélf te organiseren. (Zie trend 3. Doe-het-zelfeconomie & crowdfunding)

Van de Stadsdorpen uit Amsterdam tot aan de coöperatie Texel Zorg: de zorg ‘van onderop’ verspreidt zich over het land. In 2014 werden er 102 burgerinitiatieven voor zorg en ondersteuning in de buurt geteld; in 2016 waren dat er 320. Buurt- en dorpsbewoners besluiten om uiteenlopende redenen tot dit soort initiatieven. Ze zijn ontevreden over de huidige situatie, hebben de overtuiging dat ze het gezamenlijk beter kunnen dan andere partijen of zijn op zoek naar meer persoonlijk contact. Ouderen zoeken bijvoorbeeld samen huisvesting en kopen samen zorg in.

Voorbeeld: Student op kamers in verzorgingshuis

Het ministerie van VWS schat in dat de komende jaren zo’n 180 verzorgingshuizen hun deuren sluiten (Movisie). Hoe houd je de voorzieningen overeind? In steeds meer steden krijgen jongeren woonruimte in een verzorgingshuis, soms in ruil voor contact met ouderen. In Deventer bijvoorbeeld committeren studenten zich aan 30 uur vrijwilligerswerk per maand. Een win-winsituatie. Directeur Gea Sijpkes van Humanitas: "Goedkope woonruimte voor studenten, in ruil voor leven in de brouwerij in ons huis".