5. Strategiebepaling

Bij de strategiebepaling bespreek je met elkaar welke van de vier strategieën voor gedragsverandering kunnen werken voor jouw doelgroep en hoe je ze kan inzetten.

Strategie kiezen

In deze stap bepaal je de strategie. Je kijkt naar het gedragsdoel, je persona's en de gedragsbepalers. Aan de hand van een aantal vragen (zie pagina 17 van het CASI-document) kijk je welke van de 4 strategieën het beste past. Je kunt gebruikmaken van de interventies; bij elke strategie horen bepaalde interventies.

De vier strategieën voor gedragsverandering zijn:

1. Emotioneren en laten associëren

Deze strategie is erop gericht om via communicatie in te spelen op en rekening te houden met associaties en emoties die een rol spelen bij het gewenste gedrag. Deze strategie is gelinkt aan de gedragsbepalers emoties, associaties en gewoonten en automatismen. Met deze strategie kan je o.a.:

  • Emoties oproepen
  • Op bestaande emoties inspelen: proberen effect van emoties die het gedrag in de weg zitten te verminderen door er een positieve emotie tegenover te zetten
  • Nieuwe associaties met gedrag aanmaken
  • Bestaande associaties versterken

Voorbeeld
Emotioneren kan je bereiken door in je middelen je doelgroep emotioneel te raken. Denk aan de commercial die gemaakt is voor de campagne over ouderenmishandeling waarin een oude man intens verdrietig is. De emotie die deze commercial oproept, activeert mensen om in te grijpen als ze vermoedens hebben van ouderenmishandeling.

2. Sociaal beïnvloeden

Deze strategie is erop gericht om met communicatie de sociale omgeving en sociale processen te benutten om mensen te stimuleren om gedrag te veranderen. Deze strategie is gelinkt aan de gedragsbepaler sociale omgeving. Met deze strategie kan je o.a.:

  • Communiceren via de sociale omgeving
  • Sociale normen communiceren
  • Het gesprek op gang brengen

3. Faciliteren en gedrag versterken

Deze strategie is erop gericht om de doelgroep te helpen om het gewenste gedrag te vertonen en dat vervolgens te versterken. Deze strategie is gelinkt aan de gedragsbepalers kunnen, fysieke omgeving en intentie. Met deze strategie kan je o.a.:

  • Voorzieningen aanbieden om te helpen bij het gedrag
  • Mensen ter plekke een duwtje in de rug geven
  • Concrete instructies communiceren die helpen bij het goede gedrag

4. Motiveren

Deze strategie is erop gericht om met communicatie de interne motivatie van mensen te vergroten om hun gedrag te veranderen. Deze strategie is gelinkt aan de gedragsbepalers kennis, houding en zelfbeeld. Met deze strategie kan je o.a.:

  • Communiceren over voordelen, nadelen en risico’s
  • Communicatie richten op houding en identiteit: inspelen op waarden, meningen en het beeld wat mensen van zichzelf hebben