Interventies voor gedragsverandering

Hoe kun je met communicatie gedrag veranderen? Onderstaande interventies horen bij de vier strategieën voor gedragsverandering. Meer informatie en voorbeelden vind je in de Handleiding CASI (bijlage 2).

Interventies bij emotioneren en laten associëren

Emoties

Deze interventie zet je in om emoties en associaties aan te maken en te versterken rond het gedrag. Positieve emoties kunnen worden opgewekt door bijvoorbeeld het gebruik van humor en sfeer. Negatieve emoties kun je gebruiken om mensen de negatieve gevolgen van ongewenst gedrag te laten voelen.

Entertainment education

Met entertainment education spreek je de doelgroep in je communicatie aan met pakkende verhalen en fun. Bij deze interventie is je communicatie meer gericht op mensen en hun gevoelens dan op feiten en cijfers. Deze interventie is van toepassing als emoties het gedrag bepalen.

Boodschappers

Met boodschappers zoals bekende sporters of acteurs kun je positieve emoties en associaties oproepen bij je doelgroep. Boodschappers die mensen bijvoorbeeld associëren met sportiviteit, gezondheid of intelligentie, kun je koppelen aan jouw boodschap.

Framing

Benoem iets zodanig dat je er positieve of negatieve associaties bij krijgt: plofkip, ophokuren, villasubsidie. Kijk of je het gewenste gedrag positief kunt framen: ‘hou je aandacht op de weg’ in plaats van ‘laat je niet afleiden in het verkeer.’

Priming

Roep met woorden en beelden automatisch gevoelens en associaties op bij de doelgroep die het gewenste gedrag stimuleren. Priming werkt heel onbewust: mensen hebben niet bewust door in hoeverre ze beïnvloed worden.

Identiteit

Speel in op de emoties en associaties die mensen koppelen aan hun eigen identiteit. Denk aan de werknemer die zich ziet als professional die altijd alles onder controle heeft. Of de nieuwe student die zich vrij en ongebonden voelt.

Interventies bij sociaal beïnvloeden

Interpersoonlijke communicatie

Stimuleer mensen uit je doelgroep of de sociale omgeving om met elkaar over het onderwerp te gaan praten. Bouw in je communicatie elementen in die aanleiding geven tot positieve gesprekken: opmerkelijke feiten, nieuws, pakkende verhalen, .
Dit werkt vooral bij kleinschalige interventies, zoals op scholen of verenigingen.

Injunctieve norm

Koppel sociale goedkeuring aan het gewenste gedrag: ‘Je collega’s vinden het een goed idee om tweemaal per week te sporten.’ De injunctieve norm wordt het beste gecommuniceerd als een suggestie in plaats van een restrictie.

Descriptieve norm

Laat zien dat het gewenste gedrag werkelijk wordt vertoond door mensen die voor de doelgroep belangrijk zijn: ‘75% van je collega’s sport twee keer per week’. Het conformeren aan het gedrag van anderen werkt het beste als er onzekerheid (over jezelf) en gelijksoortigheid met de anderen is.

Commitment en consistency

Als mensen zich openlijk committeren aan het gewenste gedrag en dit uitspreken tegenover familie of vrienden, is de kans groter dat zij dit werkelijk uitvoeren. Zet deze interventie in als mensen gemotiveerd zijn maar hierbij een extra stok achter de deur nodig hebben.

Boodschappers

Bij deze strategie kun je boodschappers uit de sociale omgeving inzetten in je communicatie: rolmodellen, autoriteiten en opinieleiders uit de directe sociale omgeving. Een boodschap over gezondheid kan wellicht beter komen van iemands huisarts dan van de overheid.

Interventies bij faciliteren en gedrag versterken

Voorzieningen

Als je mensen wilt helpen om het goede gedrag te vertonen, kun je voorzieningen ontwikkelen en
aanbieden die ze beter in staat stelt om iets te kunnen doen. Denk aan interactieve tools, applicaties,
chatfuncties, een hulplijn of voorzieningen in de openbare ruimte.

Implementatie-intentie

Als mensen al een intentie hebben om het gewenste gedrag uit te voeren en dit ook kunnen, kun je ze hierbij verder helpen met een implementatie-intentie. Je stimuleert mensen om concrete plannen te formuleren. Denk aan een vast moment voor de verandering, bijvoorbeeld ‘direct na het ontbijt’.

Nudges

Door nudges in te zetten geef je mensen in de fysieke omgeving een subtiel duwtje in de rug om het
goede gedrag uit te voeren. Richt de omgeving zo in dat het voor mensen makkelijk is om het
gewenste gedrag uit te voeren. Denk aan: voetstappen die leiden naar trappen of vuilnisbakken.

Boodschappers: gebruik rolmodel

Door een rolmodel als boodschapper in te zetten in je communicatie kun je je doelgroep laten zien dat hij of zij in staat is om het gewenste gedrag te vertonen. Je versterkt hiermee het gedrag. Bij een rolmodel gaat het om iemand waarmee je doelgroep zich zelf kan identificeren.

Gamification

Met gametechnieken faciliteer je mensen om nieuw gedrag aan te leren of bestaand gedrag te versterken. Denk aan een app of een winactie. Hou het simpel en leuk en bouw sociale elementen in zodat mensen zich kunnen vergelijken met  anderen.

Commitment en consistency

Stimuleer de doelgroep een verbintenis aan te gaan met het gewenste gedrag. Als mensen zich openlijk committeren aan het gewenste gedrag, bijvoorbeeld een maand geen alcohol drinken, is de kans groter dat zij dit daadwerkelijk uitvoeren.

Wederkerigheid

Een gunst of beloning kan goed gedrag versterken als intentie een belangrijke gedragsbepaler is. Je kunt wederkerigheid inzetten door cadeaus of beloningen in je communicatie in te zetten.
 

Interventies bij motiveren

Kennisoverdracht over voor- en nadelen en risico’s

Kennisoverdracht kun je inzetten als kennis of houding het gedrag bepalen. Staat een gebrek aan kennis het juiste gedrag echt in de weg? Of motiveert kennis over voordelen mensen juist om iets anders te gaan doen? Dan kan dit een goede interventie zijn.

Cognitieve dissonantie

Mensen krijgen de neiging om hun waarden en gedrag op één lijn te brengen als je de kloof tussen deze twee benadrukt. Mensen die zichzelf zien als gezond en sportief, raken gemotiveerd om minder te drinken als communicatie het contrast benadrukt tussen zelfbeeld en drinkgedrag.

Identiteit

Mensen denken er vaak over na of het gedrag dat ze uit willen voeren wel past bij hun identiteit. Mensen die zichzelf een milieubewust persoon of feminist vinden, houden hier rekening mee bij hun gedrag. Als mensen streven naar een positief zelfbeeld, biedt dat kansen voor communicatie.

Boodschappers

Als houding en zelfbeeld het gedrag bepalen kun je autoriteiten, beroemdheden of rolmodellen inzetten om je doelgroep te motiveren tot het gewenste gedrag. Zet een boodschapper in die door de doelgroep als autoriteit wordt gezien om een signaal af te geven dat het gedrag goed/gewenst is.

Entertainment education

Met entertainment education kun je de houding van je doelgroep beïnvloeden en ze zo motiveren om het gewenste gedrag uit te voeren. Spreek de doelgroep aan met entertainment, fun en een pakkende verhaallijn en laat hiermee impliciet het belang zien van onderwerpen en bepaald gedrag.

Commitment en consistency

Als zelfbeeld een belangrijke gedragsbepaler is, kun je de doelgroep motiveren met commitment en consistency. Een openlijke verbintenis aan het gewenste gedrag, gekoppeld aan iemands zelfbeeld, kan motiverend werken. Bijvoorbeeld: openlijk verklaren dat je iemand bent die geeft om het milieu en daarom toezegt al je plastic gescheiden in te zamelen.

Framing

Door iets zodanig te benoemen dat je er positieve of negatieve associaties bij krijgt, kun je de houding van mensen beïnvloeden en ze zo motiveren om hun gedrag aan te passen. Framing werkt het beste als mensen al nadenken over het gedrag.

Schaarste

Hoe moeilijker iets te krijgen is, hoe meer we het willen. Benadruk in je communicatie daarom beperkte verkrijgbaarheid van iets om ervoor te zorgen dat mensen het hoger waarderen.