Welke factoren hebben invloed op gedrag?

Een strategie voor gedragsverandering maken? Dan moet je eerst weten welke factoren menselijk gedrag bepalen. Deze gedragsbepaler komen uit de Handleiding CASI (bladzijde 24).

  • Sociale omgeving: anderen hebben invloed op het gedrag, zoals vrienden of collega’s die het (goede) voorbeeld geven. Heeft bewust en onbewust invloed op gedrag.
  • Emoties en associaties: positieve of negatieve emoties en associaties hebben invloed op het gedrag, bijvoorbeeld angst voor of de associatie ‘pijn’ bij de tandarts. Heeft onbewust invloed op gedrag.
  • Fysieke omgeving: iets in de omgeving heeft invloed op het gedrag, zoals verkeersdrempels of de mobiele telefoon. Heeft bewust en onbewust invloed op gedrag.
  • Zelfbeeld: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, heeft invloed op het gedrag. Bijvoorbeeld: iemand die zichzelf ziet als een zorgzame vader. Heeft onbewust invloed op gedrag.
  • Kunnen: de beschikking over kennis, vaardigheden en middelen (tijd en geld) heeft invloed op het gedrag, zoals voldoende geld om biologische producten te kopen. Heeft bewust invloed op gedrag.
  • Gewoonten en automatismen: wat mensen gewend zijn te doen of wat ze doen zonder erbij na te denken, heeft invloed op het gedrag. Bijvoorbeeld: uit gewoonte altijd dezelfde route rijden of een sigaret opsteken. Heeft onbewust invloed op gedrag.
  • Houding: wat je doelgroep vindt van het onderwerp heeft invloed op het gedrag, bijvoorbeeld het belang dat iemand hecht aan stemmen bij verkiezingen. Heeft bewust invloed op gedrag.
  • Intentie: de mate waarin de doelgroep zich voorneemt om gedrag te vertonen, heeft invloed op het gedrag. Bijvoorbeeld: de intentie om vanaf volgende week gezond te eten. Heeft bewust invloed op gedrag.
  • Kennis: wat je doelgroep weet over de voordelen, nadelen en risico’s van gedrag heeft invloed op het gedrag, zoals kennis over de nadelen van meeroken. Heeft bewust invloed op gedrag.